Deze vragen verleggen het accent van begrijpen naar bespreken en toepassen. Ze zijn geschikt voor een kring, een catechesegroep of een klas waarin ruimte is voor uitwisseling en pastorale aandacht.
- Herken je in je eigen omgeving mensen die ooit geloofden en nu het geloof vaarwel hebben gezegd? Hoe kijk jij naar hen, en wat doet de leer van dit boekje met die kijk?
- De auteur noemt de uitspraak “eens gered, altijd gered” Bijbels, terwijl andere, meer reformatorische tradities (denk aan de Nadere Reformatie, à Brakel, Comrie) terughoudender spreken over heilszekerheid. Waar zit volgens jou het verschil, en wat zou recht doen aan beide?
- In hoeverre kan de Volhardingsleer leiden tot lichtzinnigheid (“ik ben toch behouden”), en in hoeverre kan de Afvalleer leiden tot wettische angst? Welke pastorale evenwichtskunst is hier nodig?
- De rabbijnen spreken over teshuva (terugkeer, bekering) als een steeds te hernieuwen weg. Hoe verhoudt zich dat Joodse besef van levenslange terugkeer tot het reformatorische spreken over volharding der heiligen?
- Het Nieuwe Verbond uit Jeremia 31 wordt door de auteur vooral toegepast op individuele gelovigen. In de Joodse traditie is het primair een collectieve belofte aan het huis van Israël en het huis van Juda. Wat winnen we, en wat verliezen we, met de individualiserende lezing?
- Hoe lees jij Hebreeën 6:4–8? Vind je de verklaring van de auteur (“schijnchristenen die alleen geproefd hebben”) overtuigend, of voel je dat de tekst meer gewicht heeft dan deze uitleg toelaat?
- Wat betekent het volgens jou concreet dat Christus altijd leeft om voor ons te bidden (Hebreeën 7:25)? Hoe kleurt dit jouw eigen gebedsleven en je dagelijks geloof?
- De auteur stelt dat de Afvalleer afbreuk doet aan de getrouwheid van God. Anderen stellen juist dat de Volhardingsleer afbreuk doet aan de menselijke verantwoordelijkheid. Wie heeft volgens jou gelijk, en hoe houd je beide overeind?
- Welke rol speelt de gemeente bij de volharding van de individuele gelovige? Bewaart God ons ook door de broeders en zusters heen (vgl. Hebreeën 10:24–25)?
- Stel: een geliefde van je sterft na jaren van rugkeer en bitterheid tegen God. Wat zegt deze studie jou dan, en waar laat zij ruimte voor jouw verdriet en hoop?