5 Verrassende inzichten over de zekerheid van je geloof

Hier zijn vijf inzichten die de onzekerheid wegnemen en laten zien waarom een waarlijk kind van God nooit meer verloren kan gaan.

1. Het Nieuwe Verbond is een eenzijdige eed van God

De grootste denkfout die we kunnen maken, is het Nieuwe Verbond behandelen als een kopie van het Oude Verbond bij de Sinaï. Dat verbond was een ‘tweerichtingsweg‘: als Israël gehoorzaamde, dan volgde er zegen. Het was voorwaardelijk en kon (en werd) verbroken door menselijke ontrouw.

Het Nieuwe Verbond werkt fundamenteel anders. Het is eenzijdig door God ingesteld en bekrachtigd met een goddelijke eed (Hebreeën 6:17-20). Dat is van cruciaal belang: omdat God die eed heeft afgelegd, zou Hij moeten liegen of Zijn eigen karakter moeten verloochenen als een gelovige alsnog verloren zou gaan. God neemt Zelf de volledige verantwoordelijkheid om de gelovige te bewaren.

Let op de nuance in onderstaande tekst:

“… ja, Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, dat Ik Mij niet van achter hen afwenden zal
én dat Ik hun wel zal doen,
én Mijn vrees zal Ik in hun hart leggen, zodat zij niet van Mij afwijken.”

Jeremia 32:40

De druk ligt niet langer op jouw wankele discipline, maar op Zijn onwankelbare eed.

2. Het veto van de Hemelse Pleitbezorger

Onze stabiliteit hangt niet af van onze eigen gebedskracht, maar van de onstuitbare kracht van onze Hogepriester, Jezus Christus. De Bijbel leert dat Hij voortdurend pleit voor de gelovigen. Wie gelooft in de mogelijkheid van afval, beweert eigenlijk dat de gebeden van Jezus niet altijd verhoord worden.Kijk naar Petrus. Vlak voor zijn dieptepunt zei Jezus niet: “Ik hoop dat je ruggengraat sterk genoeg is,” maar: “Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude” (Lukas 22:32). Ondanks zijn schokkende verloochening bleef Petrus behouden. Waarom? Omdat het initiatief honderd procent bij de Heiland lag.Jezus bidt altijd naar de wil van God en wordt altijd verhoord (1 Johannes 5:14). Als een gelovige definitief verloren zou kunnen gaan, zou dat betekenen dat de Vader het gebed van de Zoon heeft genegeerd. Dat is binnen de Drie-eenheid een onmogelijkheid.

3. Gods handtekening op je ziel: De Heilige Geest als ‘onderpand’

Wanneer je tot geloof komt, word je ‘verzegeld’ met de Heilige Geest. De Bijbel gebruikt hier een juridische term: het onderpand (Efeziërs 1:13-14). In onze moderne wereld vergelijkbaar met een aanbetaling of een hypotheekgarantie. God geeft Zichzelf in de persoon van de Geest aan jou als garantie dat Hij de rest van de ‘erfenis’ (jouw volledige verlossing) zal uitkeren.Dit werpt een nieuw licht op de zogenaamde ‘onvergeeflijke zonde’. De brontekst is helder: een verzegelde gelovige kan de onvergeeflijke zonde tegen de Geest niet begaan. Je kunt de Geest bedroeven (Efeziërs 4:30), maar Hij verlaat je nooit. De genadegaven van God zijn immers onberouwelijk (Romeinen 11:29). God heeft Zijn handtekening onder jouw leven gezet met Zijn eigen Geest; Hij trekt Zijn handtekening nooit meer in.

4. De hemel is een cadeau, de kroon is een loon

De angst voor ‘afval’ komt voort uit teksten die spreken over verlies. Maar hier moeten we scherp onderscheid maken tussen verlossing en beloning.

  • Verlossing (Redding): Dit is honderd procent genade, een gratis geschenk. De prijs is volledig betaald door Christus. Dit is onverliesbaar.
  • Beloning (Kroon): Dit is ‘loon naar werken’, gebaseerd op je wandel na je bekering. Zelfs de apostel Paulus was niet bang om zijn redding te verliezen, maar wel om zijn prijs of beloning mis te lopen (1 Korinthe 9:24-27). Een gelovige die slecht wandelt, kan zijn beloning in de hemel verliezen, maar hij blijft gered “als door vuur heen” (1 Korinthe 3:15). Petrus spreekt in dit verband over iemand die de reiniging van zijn zonden kan vergeten (2 Petrus 1:9). Er staat ‘vergeten’, niet ‘verliezen’. Je kunt je zekerheid tijdelijk kwijtraken door zonde, maar je positie in Christus blijft onveranderd.

5. Het failliet van een alwetende Bouwer?

Laten we de logica van de Afvalleer eens tot het uiterste doortrekken. Jezus vertelt de gelijkenis van de torenbouwer (Lukas 14:28-30) die eerst de kosten berekent voordat hij begint, zodat hij niet halverwege hoeft te stoppen en door iedereen bespot wordt. Als God aan het project van jouw wedergeboorte begint, maar het niet tot een goed einde zou brengen, zou Hij de ‘failliete bouwer’ zijn. Belangrijker nog: God is alwetend. Waarom zou een alwetende God al Zijn reddende genade, het bloed van Zijn Zoon en de inwoning van Zijn Geest investeren in iemand waarvan Hij van tevoren al weet dat diegene het niet gaat redden? Dat zou God inconsistent en slecht geïnformeerd maken. De almachtige Bouwer begint niets wat Hij niet kan voltooien (Filippenzen 1:6).

Conclusie: Rusten op een onwankelbaar fundament

Het is een pijnlijk feit: we zien soms mensen die jarenlang ‘gelovig’ leken, de kerk de rug toekeren. De Bijbel is daar echter nuchter over in 1 Johannes 2:19: “Zij zijn uit ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet.” Dit is geen verlies van redding, maar een openbaring van het feit dat er nooit sprake was van een innerlijke wedergeboorte. Ze verloren niet wat ze hadden; ze lieten zien wat ze nooit werkelijk bezaten. Voor wie werkelijk in Christus is, is de zekerheid geen vrijbrief voor een roekeloos leven, maar juist de brandstof voor dankbaarheid. Als jouw eeuwige bestemming werkelijk verankerd is in de onveranderlijkheid van God en niet in jouw eigen prestaties, hoe zou dat je leven van vandaag veranderen?

Je hoeft niet langer te rennen om een redding vast te houden die jou allang vasthoudt.

Rust in Hem.
Wat God plant, dat groeit; wat Hij begint, dat voltooit Hij.

Plaats een reactie